Verworpen uitgaven en/of voordeel van alle aard?

De kosten voor kledij zijn in principe niet aftrekbaar, tenzij het specifieke beroepskledij betreft, zoals bv. veiligheidsschoenen, overall,… (art. 53,7° WIB).

Het is echter niet omdat de ingebrachte kledijkosten, als zijnde niet-specifieke beroepskledij, verworpen worden bij de vennootschap dat het per definitie gaat om privé-uitgaven voor de zaakvoerder.

Zo heeft de rechter van de rechtbank van Leuven bij vonnis van 10 mei 2013 een controleur ongelijk gegeven toen hij niet alleen de ingebrachte kledijkosten had verworpen, maar ook de kosten had belast als een voordeel van alle aard bij de zaakvoerder en daarenboven een ‘monsterboete’ van 309% aan de vennootschap had opgelegd voor het niet opnemen van het voordeel alle aard in de fiche 281.20.

In casu ging het om kledij die beroepshalve door de zaakvoerder gedragen werd op het racecircuit (regenjas) en bij het autoracen (sportschoenen). De rechter gaat in casu akkoord met de verwerping van de kledijkosten, als zijnde niet-specifieke beroepskledij, maar niet met de belasting van een voordeel bij de zaakvoerder en de boete van 309%. De zaakvoerder droeg deze racekledij enkel beroepsmatig en niet privé. Het is nog altijd de fiscus die moet bewijzen dat er privé-gebruik en bijgevolg een belastbaar voordeel is. Het volstaat dus niet dat de fiscus vaststelt dat de kledijkosten niet-aftrekbaar zijn.